Chinchilla’s als huisdier

chinchilla huisdieren

Chinchilla’s zijn knaagdieren die vaak als huisdier worden gehouden. Maar waar moet je nou eigenlijk rekening mee houden als je een chinchilla in huis neemt? En hoe verzorg je zo’n diertje? Hoeveel ruimte heeft een chinchilla nodig en wat eten ze? Waar moet je precies op letten wanneer je chinchilla’s hebt?

Informatie

  • Latijnse naam: Chinchilla laniger
  • Lengte van het lichaam: 25 tot 25 centimeter
  • Lengte van de staart: 13 tot 18 centimeter
  • Lengte van de oren: 4 tot 6 centimeter
  • Breedte van de oren: 3 tot 5 centimeter
  • Gewicht: 450 tot 700 gram

Geschiedenis van de chinchilla

De chinchilla komt uit Zuid-Amerika in Chili en Peru en hoort bij de knaagdierachtigen. In de zestiende eeuw werd de chinchilla al ontdekt en was erg populair vanwege zijn vacht, omdat die zo vreselijk zacht is. De vacht werd gebruikt voor bontkleding en was één van de belangrijkste exportartikelen voor de industrie van de bont. Het ging zelfs zo ver dat de chinchilla bijna uitgestorven werd. Omdat men bang was dat chinchilla’s helemaal zouden uitsterven, werden er een aantal chinchilla’s gevangen en werd ermee gefokt. Dat fokken ging vooral in het begin niet altijd even goed, maar na wat oefenen waren er weer veel chinchilla’s.

Dit was tegen de twintigste eeuw. Tegen de tijd dat de chinchilla’s goed gefokt werden, waren ze voor hun pels al niet meer nodig. Dit kwam omdat mensen steeds meer tegen het gebruik van bont waren. Vanaf dat moment werd er geëxperimenteerd met de chinchilla’s als huisdieren. Tegenwoordig is de chinchilla een bekend huisdier, die door veel liefhebbers wordt gehouden.

Over de chinchilla

Een chinchilla kan – mits hij goed verzorgd wordt – zo’n vijftien jaar worden. Chinchilla’s hebben een hele dikke vacht, want er groeien zo’n veertig haren uit een haarzakje. Daardoor staan de haren van het lichaam vandaan en lijken ze ene grote pluizenbol. De lengte van de snorharen van de chinchilla kan tien tot vijftien centimeter lang zijn, daardoor zijn ze vaak erg opvallend. Een chinchilla had vroeger maar één kleur, maar door het fokken zijn er veel kleursoorten bijgekomen. Er zijn zwarte, witte, bruine en grijze soorten chinchilla’s. Ook is het goed mogelijk dat een chinchilla meerdere kleuren heeft.

Vreemd genoeg kunnen twee witte en twee velvet chinchilla’s niet met elkaar paren. De jongen daarvan zullen niet gezond zijn, of zelfs niet levensvatbaar.

Het gedrag van de chinchilla’s

Chinchilla’s zijn avonddieren en slapen vooral overdag. Tegen de avond en nacht worden de chinchilla’s actief. Maar als er vreemde geluiden overdag zijn, zal de chinchilla even kijken om te zien wat er aan de hand is. Dat komt omdat chinchilla’s erg nieuwsgierige dieren zijn. Chinchilla’s zijn ook echte groepsdieren en dus is het aan te raden om ze niet alleen in een kooi te zetten. Chinchilla’s die vanaf een jonge leeftijd bij elkaar zitten kunnen het dus prima met elkaar vinden. Een chinchilla die later in de groep komt kan als bedreigend worden ervaren. Al is het niet altijd onmogelijk om een dier bij de groep te plaatsen. Dit is geheel afhankelijk van de dieren. Chinchilla’s zijn echte klimmers en vinden het leuk om op dingen te klimmen of springen.

Lees ook:  Kunnen chinchilla's vlooien krijgen? Jeuk en krabben

Het geluid van een chinchilla

Een chinchilla kan veel veel verschillende geluiden maken. Ze kunnen dreigend korren, zacht piepen en raspend krijsen. Met hun geluiden maken ze duidelijk wat ze willen. Chinchilla’s kunnen ook blaffen. Dat is een bijzonder geluid en veel onervaren chinchillahouders weten niet wat dit is. Het geluid wordt gebruikt bij mogelijk gevaar. De chinchilla gaat op zijn achterpoten staan en waarschuwt met een hoestend, blaffend geluid de rest van zijn groep. Als een chinchilla kwaad is kan hij blazen en grommen, maar een tamme chinchilla gebruikt deze geluiden bijna nooit.

Bijt een chinchilla?

Een chinchilla bijt normaal gesproken nooit. Ze proberen wel alles op te eten en knabbelen daarom zacht en voorzichtig op onbekende dingen om te kijken of het eetbaar is. Op diezelfde manier proeven ze soms ook van een hand of een vinger. Dat knabbelen doet vrijwel geen pijn.

Chinchilla hok

De plek waar chinchilla’s leven moet ruim genoeg zijn zodat ze kunnen rennen en springen. Een vogelvolière is vaak groot genoeg voor de chinchilla’s. Er kunnen dan plankjes worden bevestigd zodat de dieren omhoog kunnen springen. Een kooi van minimaal een meter hoog en 50 centimeter breed kan voldoen aan de eisen van de dieren. Ook kun je natuurlijk zelf een hok maken. Let daarbij wel op dat chinchilla’s geef plastic in de kooi mogen. Dit knagen ze namelijk kapot en dat kan giftig zijn. Let er ook op dat er niet teveel ruimte zit tussen de spijlen van de kooi, omdat de chinchilla’s er dan uit kunnen. Probeer ook niet teveel hout als wand van de kooi te hebben, aangezien ze dit gemakkelijk kapot knagen. Tevens moet u in de gaten houden dat de kooi niet helemaal dicht is, omdat het er dan veel te warm kan worden.

Waar zet je de kooi?

Zet de kooi niet in de tocht of in de volle zon, omdat dit niet goed is voor de dieren. Als een plek in huis te koud is, kun je de kooi er beter ook niet zetten. Chinchilla’s hebben hun rust nodig, dus let hierop met de plek waar je het hok plaatst.

Inrichting kooi of hok

Je kunt in de kooi een schaal zetten met speciaal chinchillazand, dat ze gebruiken als bad. Dit zand is noodzakelijk, omdat de dieren het gebruiken om zichzelf schoon te houden. Het chinchillazand is heel fijn en hier ideaal voor geschikt. Het zand kan in een bakje of schaal worden gedaan. Let er wel op dat het zand heel erg gaat stuiven zodra het diertje zijn bad neemt. Om dit te voorkomen kun je ook kiezen voor een halve vissenkom, waardoor het zand tegen het glas komt en niet uit de kooi vliegt. Het zandbakje moet regelmatig worden verschoond. Je kunt er ook voor kiezen het bakje iedere dag een half uur in de kooi te zetten, om vervuiling te voorkomen.

Lees ook:  Kunnen konijnen en chinchilla's in hetzelfde hok?

Ook kun je een voerbakje neerzetten. Zorg er wel voor dat dit van steen is, anders zullen de chinchilla’s het snel omgooien. Er kan ook een slaaphokje in de kooi worden gezet, waar ze kunnen slapen, maar dit is niet noodzakelijk. Als drinken kun je het best gebruik maken van een glazen drinkfles. Plastic drinkflessen zijn niet bestand tegen de tanden van de chinchilla en bakjes worden snel omgegooid. Kun je geen glazen drinkfles vinden, dan kan een plastic ook, al zal deze wel regelmatig moeten worden vervangen.
Hang een kalksteen om te knagen in de kooi. Dit zorgt er ook meteen voor dat de chinchilla kalk in zich krijgt, wat goed voor zijn gezondheid is. Voor het klimmen kun je wilgentakken en berkentakken in de kooi leggen.

Verzorging

Een chinchilla houdt zichzelf schoon. Dit doet de chinchilla door middel van een zandbadje, waar hij doorheen rolt. Hier is speciaal chinchilla zand voor te koop, dat erg fijn is. Je kunt het badje gerust in de kooi laten staan, maar het zal dan wel snel vervuild worden. Met een zeef kun je dagelijks de keutels eruit zeven. Je kunt er ook voor kiezen het chinchilla badje iedere dag een uur te laten staan.

U dient dagelijks de keutels van de chinchilla te controleren. Als de keutels zacht zijn of een andere vorm hebben, dan is de kans groot dat het dier ziek is. Het hok moet regelmatig worden schoongemaakt. Hoe vaak? Dat hangt af van de groep chinchilla’s die u heeft

Voeding

Een chinchilla heeft een heel gevoelig darmstel en kunnen snel darmstoornissen krijgen. Let dus goed op met het gebruik van een ander merk en controleer altijd op schimmel. Dit soort dingen kunnen voor diarree zorgen. Groente en fruit mag de chinchilla wel, maar pas er goed mee op. Geef de chinchilla niet meer dan één stuk per dag en geef alleen de soorten die weinig vocht bevatten. Zo kun je bijvoorbeeld een stukje appel of een braam geven. Geef geen zonnepitten, pinda’s en slasoorten, omdat dit tot de dood kan leiden. Een chinchilla mag ook zeker geen suiker en vet. Koop dus het speciale chinchilla voedsel en géén voedsel voor andere knaagdierachtige.

Leg ook altijd wat hooi in de kooi. Dit is een belangrijk deel van de voeding en zorgt voor de ballaststoffen die ze nodig hebben om andere voedingsstoffen te verteren. Het hooi mag dus zeker niet ontbreken in een kooi. Let erop dat hooi niet gaat schimmelen of vochtig wordt, want dit kan dodelijk zijn voor een chinchilla. Zelfs als hooi maar een beetje vochtig is, kan het al gevaarlijk zijn.

Lees ook:  Kunnen chinchilla's vlooien krijgen? Jeuk en krabben

Bijna alle knaagdieren eten wel eens hun eigen ontlasting. Chinchilla’s zijn hierin geen uitzondering. Dit is geen vreemde afwijking, maar noodzaak. Door de ontlasting op te eten krijgen ze bepaalde vitamines binnen. Jonge chinchilla’s eten de keutels van hun ouders, omdat daar de vitaminen en bacteriën inzitten die ze nodig hebben.

Tam houden

Je kunt een chinchilla makkelijk tam maken. Hij laat zich goed oppakken. Je kunt de chinchilla’s ook dagelijks uit de kooi halen, maar let dan wel op waar ze zijn. Omdat het knaagdieren zijn, knagen ze aan alles. Ze zullen dus ook aan plastic of – nog erger – elektriciteitskabels knagen. Je kunt er ook voor kiezen de dieren in een ruimte neer te zetten waar geen gevaarlijke dingen zijn waar ze aan kunnen knagen, zoals een gang.

Moet je de chinchilla vangen, dan kun je het dier het beste bij de staartwortel pakken. Ook kan het gebruik van een theedoek goed helpen: je gooit de theedoek over het dier en pakt hem vervolgens op. Door de theedoek kan de chinchilla niet zien waar je bent en rent hij dus niet weg als u eraan komt. Een andere manier om een chinchilla op te pakken is om één hand onder het diertje te houden en de ander erboven en zo het beest op te tillen.

Houd er rekening mee dat chinchilla’s die het niet gewend zijn om opgetild te worden, dit als heel eng ervaren. De kans is dus groot dat het dier in paniek raakt en van een je hand afspringt. Dit is heel gevaarlijk, omdat hij verkeerd terecht kan komen en gewond kan raken. Als een chinchilla weet te ontsnappen, jaag er dan niet als een gek op. Hierdoor kan het dier in de stress raken en in shock komen. Probeer het dier dus rustig te benaderen, zodat het vertrouwd raakt aan je.

Voortplanting van de chinchilla

Je kunt het verschil tussen de geslachten zien aan de afstand tussen de geslachtsopening en de anus. Bij mannetjes is deze afstand groter dan bij de vrouwtjes.
Een vrouwtje is vanaf vijf of zes maanden vruchtbaar en kan dan gedekt worden. U doet er echter beter aan om hiermee te wachten tot ze acht of negen maanden oud is. Een vrouwtje heeft eens in de dertig maanden zin om te paren en als je een paartje heeft zal dit ook vanzelf gaan. Heb je nog geen mannetje en wil je er deze later bij plaatsen? Laat de dieren dan eerst aan elkaar wennen door ze in verschillende kooien vlak bij elkaar te zetten. Als ze gewend zijn aan elkaar kunnen ze bij elkaar. Het mannetje kan dan altijd bij haar blijven, ook als ze de jongen zoogt.

De draagtijd is gemiddeld 111 dagen. Meestal heeft een nest een tot drie jongen. De jongen zijn al behaard, hebben de ogen open en kunnen lopen. Ze wegen dan ongeveer 40 tot 60 gram. Na ach weken zijn ze zelfstandig en kunnen ze zonder moeder verder. Je kunt ze dan dus eventueel verkopen.